De wervelkolom

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Screenshot_20230902_103815_Chrome-e1693823793438-1024x984.jpg

Onze  wervelkolom bestaat uit 24 ( bewegende) wervels, het heiligbeen en het stuitbeen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen nekwervels (7 stuks), borstwervels (12 stuks), lendenwervels (5 stuks), het heiligbeen (5 wervels die met elkaar vergroeid zijn), en het staartbeen (4 wervels die met elkaar vergroeid zijn).

De nekwervels

De eerste nekwervel wordt de C1 (of atlas) genoemd. Het is een bijzondere wervel – bovenaan heeft hij twee ovale gewrichtsvlakken waarmee de atlas het hoofd draagt. Een zware taak, want het hoofd van een volwassene weegt ongeveer 6 kilo.

De verbinding tussen het hoofd en de atlas wordt ook wel het ja-gewricht genoemd: het maakt ja-knikken mogelijk doordat het hoofd iets naar voren en naar achter op de gewrichtsvlakken kan bewegen.

De tweede wervel wordt de C2 (of axis) genoemd. Ook dit is een bijzondere wervel. Bovenaan heeft hij een omhoogstekend stuk bot, de dens genoemd. De atlas wordt met deze dens (en vele spieren en gewrichtsbanden) op zijn plaats gehouden.

De axis wordt ook wel “de draaier” genoemd. De atlas, en daarmee het hoofd, kunnen rondom de dens draaien, een beweging die overeenkomt met het nee-schudden.

C3 t/m C7

Onder de atlas en axis, zitten de nekwervels C3 tot en met C7. Dit zijn normale wervels, zonder speciale functie. De C7 is de eerste wervel die bij veel mensen van buitenaf duidelijk zichtbaar is: de punt naar achteren (het doornuitsteeksel) is extra groot.

Spieren en gewrichtsbandjes

In en rondom de nek zitten erg veel spieren en gewrichtsbandjes. Die houden het geheel bij elkaar, maken bewegingen mogelijk en beschermen de nek.